Organisaties beschrijven zichzelf graag in structuren: teams, rollen, processen, verantwoordelijkheden. Mensen beschrijven zichzelf in ervaringen: wat ze meemaken, waar ze warm van worden, waar ze op vastlopen. Tussen die twee talen zit een ruimte die vaak onbenoemd blijft.
In die tussenruimte gebeurt veel. Daar landen besluiten die op papier logisch zijn maar in de praktijk schuren. Daar ontstaan de verhalen die door de wandelgangen bewegen. Daar wordt duidelijk waar de officiële en de geleefde werkelijkheid uit elkaar lopen.
Wie de tussenruimte serieus neemt, ontdekt dat organisatievraagstukken vaak geen structuurvraagstukken zijn en geen persoonlijke vraagstukken — maar relationele. Ze gaan over wat er tussen mensen, teams en lagen gebeurt.
Dat vraagt een ander soort werk. Niet herstructureren, niet coachen, maar zichtbaar maken. En het bespreekbaar maken van wat lang tussen de regels heeft geleefd.
“De echte beweging ontstaat vaak niet in de structuur, maar in wat mensen tussen die structuren ervaren.”
Waar inzicht ontstaat, ontstaat beweging.




